Wanneer mensen geen gluten verdragen, wordt dat meestal "glutenallergie"
genoemd. Eigenlijk is die term niet helemaal juist. Artsen spreken liever
van glutenintolerantie of coeliakie (spreek uit: seuliakí).
Men schat dat in Nederland ongeveer 1 op de 150 mensen eraan lijdt,
maar ruim de helft van de gevallen wordt niet, of pas op latere leeftijd,
ontdekt. De patiënten hebben dan soms jaren met chronische klachten
rondgelopen.
Gluten komen voor in veel graansoorten: tarwe, haver, rogge, gerst, spelt en kamut. Chemisch gezien zijn gluten de eiwitdelen die oplosbaar zijn in alcohol.
Bij mensen met coeliakie beschadigen gluten het slijmvlies van de dunne darm, waardoor de darm voedingsstoffen niet goed kan opnemen. Dit veroorzaakt klachten als diarree, verstopping en buikpijn.
De slechte darmfunctie leidt bovendien tot tekorten aan allerlei voedingsstoffen, waardoor gewichtsverlies optreedt en er soms zelfs symptomen van ondervoeding zijn.
Ook gaat de opname achteruit van vitamines (vooral vit. D) en mineralen als ijzer en calcium (kalk). Tekorten aan calcium en vitamine D kunnen osteoporose (bot-ontkalking) veroorzaken, waardoor op den duur spontane botbreuken kunnen optreden. IJzergebrek leidt vaak tot bloedarmoede, wat tot uiting komt in vermoeidheid en futloosheid. Het tekort aan essentiële voedselbestandelen kan bij kinderen leiden tot groeistoornissen.
Milde vormen van coeliakie blijven soms jaren onopgemerkt. Vooral doordat ze vage, onbegrepen klachten veroorzaken als humeurigheid, vermoeidheid en een algeheel gevoel van malaise.
Coeliakie kan ook een rol spelen bij lactose-intolerantie en vrouwelijke onvruchtbaarheid. De ziekte is voor het eerst beschreven door Samuel Gee in 1888.
Voor coeliakie bestaat geen geneesmiddel. Bij patiënten die een
glutenvrij dieet gaan volgen, verdwijnen meestal (vrijwel) alle klachten.
Meer informatie over de ziekte kunt u vinden op de website van de Nederlandse
coeliakievereniging.